Het Rechtsgebied

Patuanan, grondrechten, dusun pusaka dati, kewan

Het Rechtsgebied

Patuan, of compleet met achtervoegsel, PATUANAN, in het Molukse woord voor jurisdictie, rechtsgebied. Daarmee wordt het gebied aangeduid waarin en waarover het dorp, als gemeenschap zeggenschap heeft. Vanzelfsprekend is zo'n ressort verdeeld in percelen grond die worden gebruikt voor de economische behoeften van de bewoners (eigenaren). Teneinde het beheer en rechten van en op deze gronden naar behoren te kunnen regelen, zijn er een aantal juridische aanduidingen ontstaan, om de betreffende tereinen qua aard en bestemming aan te geven. Om je enigszins wegwijs in deze materie te maken, hebben we er een lijstje van gemaakt.

Wesi, Esiolo Omringend oerwoud, niet tot de patuan behorend
tanah ewang oerwoud, maagedelijk bos behorend tot de dorpsgrond en bestemd voor landbouw; waarbij gerooid (met bijl) en afgebrand dient te worden (respectievelijk PAMERI en BAKAR geheten)
hutan, utan bos als boven, maar niet bestemd voor cultivatie doch uitsluitend voor bos-exploitatie (het kappen van timmerhout e.d.)
wasi verwilderde cultuurgrond, jong bos
tanah aong, wasi braakliggende gronden
aunë verwilderde aanplant
eri hutui alang-alang (onkruidachtige, manshoge grassoort)
tanah leisini; tanah lesikaini; cultuurrijpe, nog beschikbare grond
dusun in cultuur gebrachte grond, buiten de bebouwde kom
mirimu, kebon Als boven, meestal binnen de bebouwde dorps-kom. Het verschil tussen dusun en kebon - mirimu - is voor Nederlandse begrippen, wat moeilijk hanteerbaar omdat beide woorden met tuin te vertalen zijn, maar het degelijk twee aparte dingen zijn. Gemakshalve stellen wij dat een kebon in de bebouwdekom ligt en altijd door mensenhanden is beplant. Een dusun daarentegen vevindt zich buiten het dorp en behoeft niet noodzakelijkerwijs door de mens te zijn aan gelegd
tanaman tuni een door God geschonken beplanting
tawanawani sagu - dusun. Hier helpt de mens soms met de aanplant
Het bovenstaande heeft allemaal betrekking op land, maar geluk lopen er ook rivieren, beken en kreken doorheen. Makariki grenst aan zee en dat betekent dat je dan niet alleen een strook strand hebt. Nee, want voor het strand ligt een vrij breed koraalrif dat met laagwater droogvalt en dan METI wordt genoemd. Maar er is meer, ons dorp kent ook territoriale wateren d.w.z. een stuk zee voor het eerder genoemde strand. Het heeft de juridische term LABUHAN (rede, ankerplaats). Maar de ankerplaats kan zich uitstrekken tot drie mijl uit de kust. Het criterium zit hem namelijk in de diepte, die zich kenbaar maakt door het kleurverschil van het zeewater, hoe donkerder hoe dieper, Nou, alles wat AIR PUTIH (wit water) is, behoort toe aan het dorp. Gaat het echter over in AIR BIRU (blauw water) dan zit je buiten het dorpsterritorium. Denk niet dat de rivieren alleen maar voedsel leveren in de vorm van vis en garnalen, ze zijn ook de leverancier van bouwmaterialen zoals zand en grind. Ook in deze moderne tijden zijn dat soort dingen van economisch belang, want er is nog steeds geen aannemer zie zonder materialen kan bouwen. Voor materialen zoals: zand, grond, brandhout e.d. zijn derden (vreemden, geen dorpelingen) retributie verschuldigd aan de negorij. Kassa.


De grenzen van Makariki's jurisdictie zijn in de loop der eeuwen nogal eens veranderd. Gedeeltelijk is dat een gevolg van verplaatsingen van het dorp. Voor een ander deel oorlogjes en als laatste, maatregelen van de overheid waartegen het dorpsbestuur wel kon protesteren, maar zich niet blijvend verzetten. Er waren overigens ook tal van kapers op de kust die regelmatig Makariki's aanspraken betwistten. Zo waren er geregeld grensgeschillen met Amahai, waarbij het riviertje Po meerdere malen als grens wordt genoemd. Later is er sprake van Tanjung TOLO LAU aan de kust van de Elpaputih-baai, ongeveer ter hoogte van KOLAM MAIRIMA (De naam Tolo Lau zou "nederlaag op zee" betekenen). We zijn hoogste persoonlijk op de plek geweest en we kunnen je mededelen dat we een iets andere voorstelling van een kaap hebben, want daar leek het in de verste verte niet op. Hierop zeiden we tegen onszelf: Tolol, je snapt er totaal niets van. Gelukkig hoorden we later dat bij de kust - sinds de natuurramp in 1899 - nogal een gedaanteverwisseling had ondergaan door de vloedgolf.

Kolam Mairima is een inzinking in het terrein die aan een droge rivierbedding doet denken en allerminst aan een meertje of plas, iets wat de naam min of meer suggereert. Oorspronkelijk heette de plaats: MAMAÄRITALO wat - zoals men ons vertelde - zou betekenen: "gesneuveld in de terreindeuk". Als je dit met eerdere "nederlaag op zee" combineert, ga je dat toch wel associëren met de veld- en zeeslagen. Waarin dan natuurlijk onze verre voorvaderen met de wapens in de hand hun bezit tot de laatste druppel bloed verdedigden. Helaas hebben we dien aangaande - na ijverig speuren - niets in de analen kunnen vinden. Het enige wat we tegenkwamen dateerde uit de koloniale tijd. Het was de mededeling dat de bewoners van Makariki verplicht waren herendiensten te verrichten ten behoeve van het onderhoud van de weg tot aan de Waë Po. De weg Amahai - Makariki liep dood tegen de Waë Sairo. Herendiensten bestonden uit diverse soorten onbetaalde arbeid ten dienste van de Heren Gezaghebbers. Eerlijkheidshalve moeten wij erbij vermelden dat vernoemde werkzaamheden ten goede kwamen van de gemeenschap. Het was een verkapte belasting. Er gaat ook een verhaal dat Radja WEINAND WATTIMENA gedurende zijn ambtsperiode van 1895 to 1936 de school liet verplaatsen naar de zuidelijke oever van de Nalawaë - net buiten het dorp - als provocatiepoging tegen Amahei. Er kwam echter van deze kant nimmer enige reactie.

De west-grens van de patuan loopt evenwijdig aan de kust van zuid naar noord, de Waë Pia stroomopwaarts volgende, vermoedelijk tot aan de Waë Sale, daar waar de Pia een bijna haakse hoek naar links maakt. We weten dit niet zeker, maar uit het feit - de kaarten uit die tijd geven dat aan - dat er in de twintiger jaren nog sagu-dusuns aan de Waë Umano, lagen. Anno 1987 ligt er één van de zogenaamde T.N.S. kampongs in dat gebied. De afkorting T.N.S. staat voor Teun, Nila en Serua, een eilandengroep in de Bandazee ten zuiden van de Banda eilanden. Als je van eerder genoemd punt een rechte lijn naar het oosten trekt passeer je de rivieren Tone en Tanah om te gelanden op een bergrug Nuünhaäno genaamd, die ingeklemd ligt tussen de Waë Tanah en de Waë Nua. In de vork gevormd door de Waë Tone en de Waë Tanah. Vind je de 548m hoge berg Wamalesi. In de volksmond Gunung DAMAR genaamd. Iets noordelijker ligt nog een "tjot" (cot = bergtop), de MAOTI met een top van 550 meter. Volgens de overlevering zou hier een TAMENE CAKALELE< zijn. Een dansplaats waar in lang vervlogen tijden de Alfoerse krijgers hun krijgsdansen uitvoerden.

In de directe omgeving van de berg Wamalesi hebben heel lang geleden twee dorpen gelegen, waarvan Rumphius - de auteur van het boek AMBONSCHE LANDBESCHRIJVINGEN - in 1679 schrijft: ".................. wel drie uren gaan van 't strands lagen eertijds twee kleine landerijen zijn anno 1673 aan Makariki toegewezen, als zijnde het naast gelegen aan derzelver district ...." Die jongens van WASSIA zullen wel niet uitsluitend uit religieuze oogmerken die van Hua en Amalessi over de kling hebben gejaagd. Zo zullen wel degelijk enige materiële doelen voor ogen hebben gehad, want wat gebeurt er? Er ontstond een groot conflict tussen Wassia en Makariki over ...... sago-land. De afstand tussen Amalessi en Wassia - het laatste dorp lag toen aan de bovenloop van de WAË UWAH aan de andere kant van de Elpaputih-baai - bedroeg hemelsbreed 35 km. Het conflict spitste zich zodanig toe dat de VOC, vier jaar later, in 1677 een strafexpeditie tegen Wassia organiseerde.

De grenzen van het dorp Makariki - Sipat Negeri Makariki
klik op de foto voor een vergroting
De "onreine" zone achter de negorij aan de Nalawai
Daerah cemar di belakang negeri

klik op de foto voor een vergroting
De rede met de bij eb droog gevallen kuststrook
Labuhan dengan meti

In het jaar 1897 werd er door de toenmalige Nederlands-Indische regering een groot stuk terrein in dat gebied in zogenaamde "concessie" gegeven (een soort erfpacht) aan de heer A. Th. Bouman. Voor zover ons bekend heeft dhr. Bouman nimmer enige activiteit op de concessie ontplooit. Het is trouwens zeer de vraag of de verleende consessierechten het vruchtgebruik van de in het gebied liggende dusun's (en dat waren er niet weinig) uitsloten. Het zou ons niets verbazen als de "akte van concessie" nog ergens in één der archieven in Indonesië opgeborgen ligt.

De oostelijke grens van Makariki's rechtsgebied is mogelijk nog vager dan de andere grenzen. Aannemende dat het zuidelijke deel van de bergrug NOÖNHAÄNO binnen het dorpsterritorium ligt, is de Waë Nua logischerwijze de grensrivier. Wij spraken hierover met de Radja van de Nuaulu Alfoeren , maar de edelman hield zich volledig op de vlakte. We houden het er nu maar op dat de weg tot aan km 12 - waar bij de Waë Ruata gaat kruisen - op het grondgebied van Makariki ligt. Vandaar pal zuid tot aan de zuidelijke grens die, zo niet nog zuidelijker, vanaf eerder genoemde Tanjung Tolo Lau (bij kolam Mairima) in oostelijke richting loopt. Als je het voorgaande overleest, bekruipt je een enigszins onbevredigend gevoel en kan je niet zeggen dat de "turunan ruma tau Siwalette Maätita (nakomeling van de stichters van Makariki) de gewoonte van hun vaderen hebben overgenomen door, te "berdiri sipat", op hun grenzen te gaan staan.

Oorspronkelijk kende men slechts een tweetal eigendomsrechten namelijk:
a) tanah negeri (dorpsgrond) eigendom van het dorp
b) tanah pusaka (erfgrond), eigendom van één of meer families. Het toezicht op genoemde gronden berustte bij de Tuan Tanah, de Heer van de Gronden. Later ontstonden in de stranddorpen, de zogenaamde DATI's, groepen van acht ánegen familieleden die in een soort coöperatie verband de "tanah negeri" gingen bewerken. Een gedeelte van de dorpsgronden werd daartoe verdeeld onder deze "dati's" die op zich het recht van vruchtgebruik verworven. Dus alle producten die door de dati op de toegewezen grond werden verbouwd waren haar eigendom en konden naar goeddunken of worden geconsumeerd of verkocht. De grond zelf bleef nadrukkelijk het onvervreembaar eigendom van het dorp. Eenmaal uitgegeven als "dati-grond" kreeg zij geen andere bestemming, het bleef dati-grond, ook na een eventueel uitsterven van de dati.

Het dati-stelsel - door de VOC bij haar komst in de Oost aangetroffen - werd prompt door de inventieve Weledelgeboren Heer Arnold de Vlaming van Outshoorn, veldoverste en opperkoopman, de latere Gouverneur van Ambon, ingeschakeld ten behoeve van zijn juist ingestelde dienstplicht. Deze dienstplicht voor de Heren Zeventien ( zo komt men aan het woord herendiensten) verplichtte hele dorpen om een kora-kora (grote oorlogsprauw) uit te rusten en compleet met de SCHEPPERS (een oud-Hollandse kreet voor roeiers) ten dienste te stellen van de Kompanie. Op zo'n manier creëerde Arnold - aangevuld met een paar van zijn eigen schepen - een armada waarmee hij zijn nautische manoevres, de HONGI-tochten, organiseerde. Bij gebrek aan motorische P.K's vergden de maritieme- en militaire operaties nogal wat tijd. Wat betekende dat de scheppers vrij lang van huis waren en gedurende die afwezigheid geen tijd hadden in eigen tuin te scheppen. De familie van de schepper viel daarom terug op de activiteiten van het thuisfront - in casu de dati - die zorgde dat het achtergebleven gezin toch papéda in de pot en roti-sagu op de plank kreeg.

Zoals gezegd bestond een dati uit een groepje van 8 á 9 familieleden. Weliswaar vertoonde de dati een grote gelijkenis met de Soa waartoe de leden behoorden, maar er niet identiek mee was. De datileden kozen zich een hoofd, de KEPALA-DATI, voor het leven, in de meeste gevallen zelfs erfelijk van vader op zoon! Met dat uitroepteken willen we aanduiden dat het erfrecht binnen de dati een patrilineair karakter bezat. De hoofden waren ondergeschikt aan de amano-puno (dorpshoofd), meestal zelf de oudste kepala-dati. Niet zo verwonderlijk natuurlijk omdat de man - althans zijn voorvaderen - vanaf de oprichting of instelling van de dati's, de grootste vinger in de pap had en hoogst waarschijnlijk zichzelf als eerste kepala-dati kandidaat heeft gesteld. De dati's werden veelal aangeduid met de naam van het hoofd. Ze werden samengesteld uit familieleden afkomstig van de ASLI of TULÈN (de enige echte, de oorspronkelijke) Mata Rumah's (families) van het dorp. Slechts die waren namelijk gerechtigd het vruchtgebruik van de negorijgronden te genieten. Zoiets noemde men dan MAKAN-DATI (letterlijk: eten uit de dati). De betreffende familieleden, ANAK-ANAK DATI (dati-kinderen) bestonden uit mannelijk- en ongehuwde vrouwelijke erfgenamen. Mits alle leden van een bepaalde dati akkoord gingen was er voor een - van een ander dorp gekomen of een aangetrouwde - plaatsgenoot de mogelijkheid om in de dati te worden opgenomen. Welsiswaar niet als "anak-dati", maar als TULUNG-DATI (dati-hulp). Zo iemand genoot dan ook van het vruchtgebruik, maar kon nimmer het erfrecht in de dati verwerven (zijn kinderen konden dus geen rechten op het vruchtgebruik doen gelden). Bij gebruik aan voldoende erfgenamen kon een dati uitsterven, linyap heet zoiets. Daarentegen kon het dorpsbestuur in geval van een bevolkingsaanwas een nieuwe dati samenstellen en haar de gronden van een DATI LENYAP toewijzen. In de loop der tijden is dan ook het aantal dati's steeds aan wijzigingen onderhevig gewest. Het stelsel is overigens in Makariki nog altijd bestaand. Alhoewel men ons vertelde dat er nu ook vreemdelingen als anak-dati werden toegelaten en niet - zoals de adat voorschrijft- als tulung-dati. In dit verband is het interessant te vermelden dat tussen 1920 en 1925 de dati Wattimena uit dorpelingen van Makariki en Ruta (Amahai-Islam) bestond Nergens wordt er uit de doeken gedaan hoe en waarom lieden die in Ruta woonachtig waren, tulung-dati in Makariki werden. Het Engelse bestuur heeft in 1814 een registratie van de dati-gronden opgezet, helaas is dat nooit tot Makariki doorgedrongen. Er zijn dus geen registers om nog eens iets na te kunnen slaan. Misschien ten overvloede, maar voor een goed begrip, vertellen we je nog even dat de dati-gronden verdeeld waren in DUSUN's, zoiets als een verdeling in lanbouwpercelen. Anno 1923 werd er een Nota betreffende de dati-dusun's aan de Talui- en de Elpaputih-baai gepubliceerd. De nota werd geschreven door de Radja van Makariki, W.J.D. Wattimena en wij citeren daaruit:

".................. Aan de Teluti-baai treft men geen dusun dati of dusun pusaka dati aan er zijn uitsluitend pusaka- , tanaman- en babalian dusuns, waarvan verreweg de meeste geen sagu- maar klapper dusuns zijn. Aan de Elpaputih-baai daarentegen zijn er veel meer sagu- en klapper-dusuns. Dusun dati en dusun pusaka dati komen of kwamen alleen voor in de dorpen Amahai, Haruru, Makariki, Samasurue en Paulohy .............."

Afgezien van de beplanting - die voor een natuurlijk onderscheid zorg draagt - zijn er een zevental soorten dusuns, waarvan de eerste in tweeën te verdelen is, hier volgen ze:

1. (A+B) Dusun pusaka dati
2. Dusun tatanaman
3. Dusun babalian
4. Dusun punggul
5. Dusun Pusaka
6. Dusun atiting
7. Dusun pengasihan

Dusun pusaka dati.

A)
Dit soort dusun is of afkomstig uit een erfenis der voorouders, of eigendom van de dati-leden en overdrachtelijk aan hun kinderen. Dit laatste blijft beperkt tot alle mannelijke nakomelingen en vrouwelijke - zolang ze ongehuwd blijven. De meisjes die in het huwelijk treden verliezen dus hun rechten. Op verzoek van het gehuwde meisje zelf kan ze evenwel - om blijven in haar levensonderhoud te kunnen voorzien - het vruchtgebruik behouden. Een dergelijk verzoek mag niet geweigerd worden, maar omdat het tevens een brevet van onvermogen voor de echtgenoot inhoudt, zal het niet vaak worden ingediend. Niet iedere willekeurige figuur, die zich in het dorp vestigde en in aanmerking wenste te komen als tulung-dati, werd tot zo'n dati toegelaten. Nee. Men liet uitsluitend personen toe welke de instemming verkregen van het hoofd en alle leden van de dati. Hierbij gold de bepaling dat de dati-hulpen nimmer meer stemrecht konden verwerven dan de dati-kinderen (anak-anak dati). De oogst van de dusuns mocht, mits met toestemming van alle leden, op de markt verkocht worden. (Dit soort dusun's komen in Makariki niet voor)

B)
Deze dusuns ging als erfdeel over op de mannelijke afstammelingen van de, aan negorij-diensten onderworpen anak-anak dati. Dat betekende dat dorpeling met een eigen inkomen, bijvoorbeeld gepensioneerde militairen, de schooloppas en dat soort lieden, geen anak-anak dati konden zijn en bleven dus verstoken van het vruchtgebruik. Zodra ze echter door ontslag of anderszins hun salaris of pensioen moesten derven konden ze weer deelgenoot van een dati worden. Hetgeen natuurlijk ook inhield dat de heren niet langer waren vrijgesteld van KWARTO-diensten Genoemde diensten bestonden uit onbezoldigde arbeid t.b.v. de plaatselijke regent. Die laatste baan was namelijk ook een onbezoldigde. Ook hier konden vreemdeling tulung-dati worden, uiteraard onder dezelfde restricties als genoemd onder A. De dati-leden waren niet bevoegd om hun rechten op het vruchtgebruik te verkopen - ook niet tijdelijk - omdat ze onder de jurisdictie van het dorp vielen. Bovenstaande dusun-soort was in Makariki gebruikelijk.

Dusun tatanaman.

De dusun tatanaman, ook wel DUSUN PERUSAHAN genaamd, bestond uit een perceel grond dat voor bewerking (aanplant) oogstbaar werd gemaakt. De bewerkers verwierven door de arbeid het vruchtgebruik, de grond bleef eigendom van het dorp.

Dusun babalian.

Een dusun babalian is een perceel beplante grond door aankoop in eigendom verkregen. Het betreft dus privébezit en geen gemeenschapseigendom.

Dusun punggul.

De dusun panggul was een slechts sporadisch voorkomen geval van een nieuw ontdekte aanplant of spontaan gegroeid gewas op een perceel grond, waarvan geen eerdere eigenaar of liever gezegd vruchtgebruiker bekend was. De grond was en bleef eigendom van het dorp.

Dusun pusaka.

De dusun's tatanaman en punggul konden, na verloop van tijd, een dusun pusaka (erfdeel) worden. Weliswaar bleef de grond het onvervreemdbare eigendom van het dorp, de oogst daarentegen mocht wel worden vervreemd door middel van verkoop of gift. De dusun-pusaka is erfelijk voor alle kinderen, ongeacht of ze ongehuwd, gehuwd, uitgehuwd, jongen of meisje waren. Meestal lieten echter de uitgetrouwde dochters geen rechten gelden om hun echtgenoot dat eerder genoemde "brevet van onvermogen" te besparen. De man zelf zou er ook nooit op aandringen want er werd toch wel verwacht dat hij zijn gezin kon onderhouden.

Dusun atiting.

De dusun atiting was een gift van de ene aan de andere persoon. In de meeste gevallen een bruidsgeschenk van de vader aan zijn dochter.

Dusun pengasihan.

De dusun pengasihan - het woord zegt het al - was ook bedoeld als gift. Nu echter in de vorm van een schulddelging, een vorm dus van afbetaling.

Er bestond een ongeschreven wet dat vreemdelingen - zeker die van buiten de dorpsgemeenschap - geen grond konden verwerven binnen het rechtsgebied van het dorp, zonder medeweten en goedkeuring van het dorpsbestuur, de Saniri Negeri. Deze regel was evenzeer van toepassing op privébezit zoals b.v. de dusun babalian. Bij het vruchtgebruik van de grond ( het genot van de opbrengst of oogst) waren een aantal transacties mogelijk mits deze niet expliciet waren uitgesloten. Om te beginnen kende men de MAÄNO (deelwinning). Met andere woorden, je laat iemand jouw opbrengst binnenhalen tegen een bepaald gedeelte van die oogst als betaling. Ten tweede was het mogelijk om het vruchtgebruik tijdelijk af te staan of zelfs te verpanden (GADÉ) als aflossing van een schuld. Er bestond ook een herbeplantingsrecht. Dat zat zo. Had je vader of je grootvader eens rechtens een stuk land bewerkt dat later braak kwam te liggen, bleef hij (als eerste ontginner) of zijn erfgenamen het herbeplantingsrecht behouden, mits ........ ja er was een beperking. Zolang de grond behoorde tot de TANAH AONG, was er niets aan de hand ontstond het recht aan je zijde. Maar heeft het braakliggen zo lang geduurd dat het zaakje weer zodanig verwilderd was dat men kon spreken van TANAH EWANG, woeste grond, waren je rechten vervallen.

Klik op het document voor een vergroting
Dusun lijst van Raja van Makariki: W.J.D. Wattimena

klik op de vertaling voor een vergroting

Vertaling dusun lijst van de Raja van Makariki

Kewan.

Om de hiervoor omschreven rechten - waaraan uiteraard ook verplichtingen waren verbonden - te beschermen hebben onze voorouders een instituut in het leven geroepen met de naam KEWAN. De naam werd afgeleid van tanah ewang, het ongerepte terrein dat het dorp omgaf. De beste vertaling in het Nederlands luidt ongetwijfeld: boswachterij, een instelling die het beheer en toezicht uitoefent in het gehele rechtsgebied van het dorp. Het is onbekend wanneer en waar de eerste kewan in de Molukken tot activiteit kwam. We mogen echter aannemen dat het één der aller-oudste dorpsinstellingen is die tot op de dag van vandaag functioneert. Tenminste in Makariki, alhoewel we eerlijkheidshalve moeten zeggen dat we niet de indruk kregen van een efficiënt draaiende dienst. De samenstelling van het "lichaam" kwam tot stand volgens het beginsel van openbare verkiezingen. De voltallige dorpsraad, de Saniri Negeri, koos en benoemde ten overstaan van de verzamelde dorpelingen een hoofd. De man werd soms verbasterd werd tot RAJA HUTAN (Vorst van het Bos). De verkiezing vond plaats met in achtname van de erfelijkheid van het ambt in een bepaald geslacht. Was het hoofd eenmaal gekozen dan volgde direct daarop de verkiezing en benoeming van de ANAK-ANAK KEWAN of ANA-KEWANO, de leden.

In een aantal dorpen werd als plaatsvervangend hoofd een vrouw benoemd die de titel LATUMAHINA KEWANO torste. Later zag op tal van plaatsen een officieel regelement het licht, de PENGATURAN KEWAN (o.a. van de negorij Porto), waarin alle bevoegdheden van het instituut waren vastgelegd. Hieruit komt duidelijk naar voren dat de Saniri Negeri de LATU KEWANO met zijn ana-kewano beschouwde als de "schout en zijn rakkers" of moderner dan de posthuiscommandant en zijn veldwachters. Een soort plaatselijk politieapparaat dus. Na de installatie van de Kepala en anak-anak belegde de dienst haar eerste vergadering, MULOÜL. Tijdens deze vergadering werd de SINAKEWANO>, een bosrechercheur annex schrijver, benoemd en aangesteld. Deze speurneus werd belast met het onderzoek van eventuele overtredingen en het notuleren van de vergaderingen. Trouwens er zaten nog veel meer administratieve- en boekhoudkundige handelingen aan vast sinds de kewan bevoegd was tot de inning van retributiegelden. Dit waren de bedragen die niet-inwoners van het dorp, dus buitenstaanders, moesten voldoen bij verzameling en afvoer van bosproducten zoals damar, brandhout en dergelijke. De gelden moesten worden afgedragen aan de Saniri Negeri, waar ook de verantwoording berustte betreffende het optreden en functioneren van de kewan. Ook het ten uitvoer leggen en het verbreken van de SASSI (waar we nader op terugkomen) met de plaatsing van de daarvoor benodigde TANDA PELE (verbodstekens) werd in opdracht van de Saniri door de kewan verzorgd. Al met al dus een openbare dienst van groot belang.

klik op de foto voor een vergroting
Bevolkings-tuin met tuinhuis
Dusun tatanaman dengan gubuk

Gemeente-tuin
Kebon jemaat
Mimirolo ama'aun

 


Makarikiwebdesign@2020. © L. Brauns